Koninginnenacht 2001

‘De Keet schijnt ook open te gaan na middernacht’, aldus een van de jongens. Het gerucht komt steeds hardnekkiger binnendruppelen via SMS. Inderdaad, via SMS. Want we schrijven zondagavond 29 april, 2001. Op zondagavond zitten we – zoals zoveel groepen in Genemuiden, bij iemand thuis. We drinken een biertje en ouwehoeren een beetje over van alles en niks. Normaal gesproken zouden we nu in ‘Bar de Nachtweg’ staan, net als zo’n beetje de rest van jeugdig Genemuiden. Maar omdat Koninginnenacht nu van zondag op maandag valt, is de horeca gesloten. Het enige wat ons die avond nog rest, is de tijd uitzitten tot het laat (of vroeg) genoeg is om richting het Havenplein te verplaatsen, waar de brommers van start zouden gaan.

Kleine uitleg voor hen die niet bekend zijn met het brommerrijden op Koninginnenacht/Koningsnacht: je rijdt rondjes op een brommer zonder uitlaat. Hier in de regio wordt het in veel plaatsen gedaan. Vroeger lagen de snelheden een stuk hoger dan nu. Hoe dat komt? Ga ik nu verder uitleggen.

Alhoewel er van feestgedruis weinig te merken is die avond, is het niet rustig op straat. Om de haverklap stuiven er één of meerdere Honda MT’S met een oorverdovend lawaai door de straten. Aan het warmdraaien? Maar voor wat dan eigenlijk? De toenmalige burgemeester van het kersverse Zwartewaterland – waar Genemuiden sinds dat jaar deel van uitmaakt, heeft het brommerrijden tijdens Koninginnenacht verboden. Aan het geluid van de knetterende schakelbrommers en het monotone gezoem van uitlaatloze-scooters te horen, was nog lang niet iedereen het met de beslissing van de toenmalige burgemeester eens.

Even over twaalven wordt er een SMS-bom gedropt: KEET DE KOLK IS GEOPEND. In een moordend tempo kolken wij onze biertjes naar binnen om al lopend de gang naar het industrieterrein te maken. In de wandeling die ongeveer een kwartier in beslag neemt, worden we ingehaald door zo’n beetje de helft van alle mensen die we normaal in ‘De Bar’ hadden aangetroffen. Bij binnenkomst in de Keet, blijkt dat de andere helft al aanwezig was in diezelfde keet. Het is afgeladen vol, warm en er hing een rare spanning. Op de achtergrond schalde er een CD met de hits van dat moment, gemixt met brommer geluiden door de speakers.

Na een bier of wat, stroomt in een sneltreinvaart de keet leeg en wordt er koers gezet richting het Havenplein. Dat vond ik misschien nog wel een van de meest memorabele momenten: de hele colonne jongeren wat de volledige Hasselterdijk vulde, op weg naar het Havenplein. De stemming was uitgelaten, niemand wist wat er ging gebeuren, maar soms heb je van die momenten dat de spanning in de lucht hangt. Dat was toen. Gepaard met wat bengaals vuur en (waarschijnlijk) niet in de winkel verkregen knalvuurwerk, gaf het een beeld wat ik tot toen alleen maar van de televisie kende. 

Op het Havenplein aangekomen zie ik dat het druk is, ik zoek de vrienden die ik tijdens de wandeltocht kwijt ben geraakt. Ondanks dat er geen brommers mochten rijden, zie je een enkeling (op het achterwiel) de nog steeds aanzwellende massa mensen onder een luid gejoel op het Havenplein passeren, elke trek aan de gashendel produceert een oorverdovend knetterend geluid. En ik moet eerlijk zeggen, na verloop van jaren ben ik bepaalde scenario’s door elkaar gaan halen. Of de ruiten van de telefooncel gingen er als eerst uit, én daarna kwam er politie en ME. Of er stond al politie, sneuvelde bij een van die voertuigen een ruit en werd vervolgens later die nacht het telefoonhokje als een soort bijvangst meegenomen. Ik dacht het laatste, maar helemaal zeker weten doe ik het niet. 

Wat er daarna plaatsvond, zal de boeken ingaan als een van de meest historische gebeurtenissen uit Genemuiden van de laatste 50 jaar. Alle ruiten van het Gemeentehuis werden eruit gekegeld. Met zo’n beetje alles wat maar een klein beetje makkelijk weg te werpen was, van klinkers, tot gebroken stoeptegel en putdeksels. Geloof me, als je een kereltje van 15 bent, is dat behoorlijk indrukwekkend. Waar normaal gesproken knetterende en ronkende brommers te horen hadden moeten zijn, klonk nu een symfonie van uiteenspattend glaswerk. Het maakte niks uit waar je keek, overal zag je brokstukken zoeven, hun weg vindende richting de spaarzame ramen die nog wel in tact waren. Om vervolgens niet geraakt te worden door de lange lat van de mobiele eenheid, heb ik minimaal drie Olympische records verbroken voordat ik mijn onderkomen zocht in een tuintje. 

Een paar minuten voordat er tientallen arrestaties verricht zouden worden, besloot ik dat het wel mooi was geweest en wandelde rustig via het plantsoen naar huis. Waar opeens vier ME’ers voor mijn neus opdoken die mij in lichte draf en met een knuppel in de aanslag sommeerden om heel snel huiswaarts te keren. En zodoende ik ook mijn vierde Olympische record van die nacht te pakken had. In een flits zag ik een stuk of zes busjes met Mobiele Eenheid richting de Westerkaai scheuren, waarna ik me bedacht dat ik best nog wel eens geluk gehad zou kunnen hebben. Eerlijk gezegd was ik toen ook heel braaf, het enige wat ik die nacht heb verpulverd, waren mijn hardlooptijden. 

Toen later die ochtend ook in de rest van Genemuiden door begon te dringen wat er die nacht plaats had gevonden, hoorde ik zachtjes mijn slaapkamerdeur open gaan: ‘Oh Siny’, riep mijn vader tegen mijn moeder, ‘Hij ligt gewoon op bedde heur.’ Waarna mijn vader (ongetwijfeld) met een gerustgesteld gevoel, de deur weer achter zich dichttrok. 


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.